De GGD en GHOR heeft één Directeur publieke gezondheid; Ronald de Meij. Hij is verantwoordelijk voor de vormgeving en uitvoering van de crisisbeheersing publieke gezondheid en dus ook voor de samenwerking tussen de GGD en de GHOR/VRZ. Jan Rotte is als teamleider bij GHOR Zeeland verantwoordelijk voor het waarborgen van alle werkprocessen en de samenhang bij de uitvoering van alle GHOR-taken. Vanuit de GHOR/VRZ is Jan de verantwoordelijke voor de samenwerking tussen GGD en GHOR/VRZ. Tijd om de mannen eens aan de tand te voelen!
Wat is de
aanleiding voor dit project?
Ronald: "tot voor kort werkten beide organisaties als aparte entiteit, werkzaamheden werden niet op elkaar afgestemd. Beide organisaties hadden eigen werkwijzen en protocollen. Medewerkers van GGD en GHOR kenden elkaar niet of nauwelijks. Dit bevordert de slagkracht van de crisisorganisatie van GGD en GHOR niet. Voor de burger maakt het niet uit waar de hulp vandaan komt, zij willen snel en goed geholpen worden om ergere schade te voorkomen.”
Ronald: "tot voor kort werkten beide organisaties als aparte entiteit, werkzaamheden werden niet op elkaar afgestemd. Beide organisaties hadden eigen werkwijzen en protocollen. Medewerkers van GGD en GHOR kenden elkaar niet of nauwelijks. Dit bevordert de slagkracht van de crisisorganisatie van GGD en GHOR niet. Voor de burger maakt het niet uit waar de hulp vandaan komt, zij willen snel en goed geholpen worden om ergere schade te voorkomen.”
Jan: “Zowel GGD als GHOR moeten voorbereid zijn op crises en daarbij ook in de
benen komen. Dan is het niet de meest doelgerichte manier om twee aparte
organisaties in de lucht te houden die eigenlijk dezelfde klus moeten klaren en
daarin ook moeten samenwerken en communiceren.
Omdat niet alle taken van de twee organisaties op
elkaar aansluiten, is een van de voordelen van samenvoegen dat we van elkaars
expertise gebruik kunnen maken. Een ramptype heeft altijd op korte of lange
termijn gevolgen voor de gezondheid. Samenwerking tussen GGD en GHOR is daarbij
onvermijdelijk.”
Sinds de
invoering van de Wet PG is er één directeur voor zowel de GHOR als de GGD.
Waarom is dit zo belangrijk?
![]() |
| Ronald de Meij |
Jan: “de volksvertegenwoordigers vinden dat de
publieke gezondheid van zodanig belang is dat ze de directeur van de GGD
vertegenwoordigd willen hebben in de directie van de Veiligheidsregio’s. Het is
van maatschappelijk belang dat crises zo kort mogelijk duren en dat de normale
situatie zo snel mogelijk wordt hersteld. Als één persoon de bovenste knoop is
van beide organisaties kan je daarmee organiseren dat van de acute fase direct
overloop is in de nazorg fase. Je borgt op die manier het gezondheidsaspect
vanaf het moment dat er een ramp is.
Ronald: “de
publieke gezondheid krijgt met de Directeur publieke gezondheid (DPG) één
gezicht, zowel in de interne crisisorganisatie als in de gesprekken en
afspraken met de overige gezondheidszorgverleners."
Waarom moet
de samenwerking tussen GHOR en GGD beter?
Jan: “de crisisorganisatie wordt ingevuld door mensen
van zowel GGD als GHOR, deze hebben hier nu beiden hun eigen invulling voor.
Bij GGD bestaat het Rampenopvangplan en bij GHOR het GRIP-schema. Dit kan
worden samengevoegd door één gezamenlijke crisisorganisatie neer te zetten, zo
gestroomlijnd mogelijk zodat iedereen een duidelijk overzicht heeft over hun
samenwerking en taken.”
Ronald: "inwoners,
maar ook professionals in de hulpverlening en het openbaar bestuur van Zeeland
verwachten een slagvaardige aanpak bij een crisis. Er bestaan vele soorten
crises; overstromingen, kernongevallen en epidemieën. Bij alle crisistypen
geldt dat gezondheidsschade aan de orde is of komt. Er wordt tegenwoordig
onderscheid gemaakt tussen fysieke veiligheid en sociale veiligheid. Voor
crisisbeheersing is dit verschil niet van wezenlijk belang. Ook bij de
aantasting van sociale veiligheid, zoals zedenzaken of gezinsdrama’s, is een
aanpak ‘a la crisisbeheersing’ doeltreffend gebleken. Crisisbeheersing in de
publieke gezondheid richt zich niet alleen op het grote publiek. Er is ook
aandacht voor de meest kwetsbare groepen in de samenleving; slachtoffers, kinderen,
ouderen, mensen die van zorg en verpleging afhankelijk zijn, kortom, degenen
die zich niet zelfstandig kunnen redden.
Omdat
uiteindelijk de resultaten tellen, maakt het voor slachtoffer, burger of
collega niet uit waar de ‘eigenaar van de helpende hand’ in dienst is. GGD en
VRZ/GHOR staan voor dezelfde taken."
Wat
zou het project moeten bewerkstelligen?
Ronald: "operationele
planvorming, werkmethoden en kwaliteit wordt met elkaar ontwikkeld en op elkaar
afgestemd. OTO-activiteiten worden samen ontwikkeld en uitgevoerd. Dit is nu
nog niet volledig gerealiseerd. Afgelopen jaar zijn de eerste voorzichtige
verbeteringen doorgevoerd. Doordat er een specialist GHOR/GGD (Chantal
Smolenaers) op beide locaties werkt worden lijntjes gelegd en samenwerkingen
gerealiseerd. Dit wordt de komende jaren verder uitgediept."
Jan: “dit project zou moeten bewerkstelligen dat er één club is die weet wat ze
moet doen en kennis heeft van elkaars functie. We weten op dit moment wel wat,
maar dit is niet altijd actueel. We kennen elkaar niet altijd bij naam of
gezicht, of weten niet wat iemands functie precies inhoudt. Door de kennis
hierover te verbreden is de samenwerking vloeiender. Als je niet weet wat
iemand doet, weet je ook niet wat je aan iemand kunt hebben. Bij de
startbijeenkomst van dit project werd ook vrij snel duidelijk dat hier behoefte
aan is. Je hebt onbewust niet meteen vertrouwen als je elkaar nog nooit hebt
gezien. Het helpt als we elkaar beter kennen.”
Wat is de
grootste uitdaging binnen het project?
Jan: “in 2019 zullen we één crisisorganisatie zijn die
staat is naadloos op te schalen van de reguliere fase naar de opgeschaalde
situatie. We zullen er op moeten letten dat dit ook vanzelfsprekend zo zal
blijven en onderhouden wordt. Dit vereist voortdurende aandacht en attentie
naar elkaar. Om dit project te ondersteunen zijn ook de stages toegevoegd. Het
is de verantwoordelijkheid van alle medewerkers om na ‘Gezond en Veilig’ ook in
goed contact met elkaar te blijven door middel van kennis maken, gezamenlijke
activiteiten, crisis-oefeningen enzovoorts.
Voor zover ik weet zijn andere regio’s niet in deze
breedte met een dergelijk project bezig. Op dit moment zijn wij voorloper op
dit gebied. Het is een voordeel voor Zeeland dat de regiogrenzen gelijk zijn.
Tegelijkertijd is dit project ook een uitdaging omdat er geen voorbeelden
zijn.”
Ronald: “aan
het eind van het project staat er een crisisorganisatie publieke gezondheid met
vakbekwame medewerkers die 24/7 beschikbaar is. De bedoeling is dat we eind
2019 niet meer spreken over wij en zij maar over onze gezamenlijke
crisisorganisatie.”


